Dikke boeken hebben hun langste tijd gehad

Dikke boeken hebben hun langste tijd gehad

Letters, teksten, boeken. Ze lopen als een rode draad door mijn leven. Op een van de allereerste foto’s die gemaakt werd toen ik net kon zitten, heb ik al een boek in mijn handjes. En toen ik twaalf was, had ik alle leuke boeken op de jeugdafdeling van de openbare bibliotheek in Amsterdam al uit; ik kon niet wachten tot ik letterlijk de overstap mocht maken naar de afdeling voor volwassenen. Wat een ongekende weelde: al die duizenden boeken die evenzoveel werelden openen, al die kennis, wijsheid, nieuwe ideeën en inzichten die je ermee op kunt doen. Niet verwonderlijk dat ik als middelbare scholier een bijbaantje had in diezelfde bieb, en het was net zo logisch dat ik Nederlands ging studeren. En uitgever werd, van non-fictie boeken over management, communicatie en persoonlijke ontwikkeling.

Niets mooier dan samen met een auteur een boek maken. Samen het idee steeds concreter krijgen, een logische opbouw aanbrengen, de samenhang bewaken, zorgen voor een goed toegankelijke schrijfstijl en vormgeving. Goede content maken. Met uiteraard steeds de lezer voor ogen. Mensen zoals jij en ik, die een vol en drukbezet leven hebben en die zich zeker willen ontwikkelen en nieuwe dingen leren, maar dat wel zo prettig en efficiënt mogelijk willen doen.

Dus geen boeken van meer dan 300 honderd pagina’s maar wel goed toegankelijke teksten, white papers, blogs die in niet al te veel tijd en zonder een woordenboek om het jargon te verklaren gelezen kunnen worden. Mijn dochter is dyslectisch, en als goede moeder kocht ik daar natuurlijk wat boeken over. Dikke wetenschappelijke boeken van meer dan 250 pagina’s per boek, voor minder deed ik het niet. Maar ik moet met het schaamrood op mijn wangen bekennen dat ik die boeken nooit heb uitgelezen. Dat was voor mij het ultieme bewijs: als ik dat zelfs voor de allerliefste niet kan, kan ik het echt nergens voor.

Sinds ik me dat realiseerde, pleit ik nog meer dan voorheen voor boeken van niet meer dan 150 tot 200 pagina’s, geschreven in verzorgde spreektaal, de taal die je gebruikt als je tegen je collega, je slimme vriendin of je partner praat. Geen Jip-en-Janneke taal, niet op je knieën gaan zitten en je lezer altijd serieus nemen. En niet doorslaan naar de andere kant. Dus geen makelaarstaal als: ‘de schuifpui welke uitkijkt op de onder architectuur aangelegde tuin’. Zo praat je niet. En zo schrijf je niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *